Het verhaal van de Amerikaan

Al een half jaar loop ik er langs. En al een half jaar fascineert het me. Ik wil weten wie er in rijdt. En waarom. En hoe je aan dit ding komt.

Dus vandaag heb ik aangebeld.

Nu moet je begrijpen dat ik, met mijn chaotische ideeënmachine als hoofd, natuurlijk in dit half jaar al een heel verhaal had bedacht om die auto heen. Zou de eigenaar een Amerikaan zijn? Of zou zijn vader er vroeger in gereden hebben? Hoe krijg je zo’n ding naar Nederland? Of zou hij muzikant zijn, en dit bij zijn act horen? Zou hij er eigenlijk mee rijden?

Ik loop de oprit op, maar zie al vrij snel dat er geen bel is. Een beetje zenuwachtig dat ik zomaar ga vragen ben ik wel, en het feit dat er geen bel is maakt het nou niet echt makkelijker. Maar vol goede moed klop ik op de deur.

Er gebeurt niets. Ik hoor niets. De gordijnen zitten dicht vanaf de voorkant, dus ik kan nooit een kijkje in huis nemen als ik langsloop. In mijn hoofd was het huis een scéne uit een western, met oude bruine meubels, een Amerikaanse vlag, bruine leren bankstellen en een hoed ergens op tafel. Maar ik zie nu, tijdens het wachten, een verdwaalde kerstengel hangen. Veel wit, een geruit kussentje bij de ramen, beige bank, en veel bloemen op een wit kastje.

Hmm..

Ok nog 1 keer proberen. Ik klop nog een keer, en er wordt open gedaan. “Hoi.” Voor mij staat een jongen van mijn leeftijd. “Hoi! Is die auto van jou?” Ik wijs naar het ding waar mijn fantasie de vrije loop op heeft gehad. “Ja, die is van mij ja.” De jongen glimlacht een beetje vragend. “Ok, nou misschien vind je dit heel gek, maar ik loop hier dus heel vaak langs, en vraag me altijd af wat het verhaal achter deze auto is. Vandaar dat ik nu even aanbel. Hoe kom je aan dat ding?”

De jongen kijkt een beetje vragend, kijkt mij even op en neer aan, kijkt naar zijn auto, en vertelt met een glimlach “Ja die heb ik samen met de jongens op de werkplaats gemaakt. Gewoon een oude Amerikaan gekocht, opgespoten, zwaailichten uit België laten komen, su wat..”

Ok, dat was niet mijn beeld. “Maar rij je er ook wel eens in?” “Ja.. Ik rij er elke dag mee naar mijn werk!” Ik lach. “mag dat? ” “ja, dit is niet verboden.”

Een beetje teleurgesteld vraag ik hem waarom hij dit zo heeft gemaakt. “Nou gewoon, was wel leuk. Is toch wel mooi zo?” Ja, dat is ook zo. Ik bedank hem voor zijn tijd en loop de stoep weer op.

Geen grote politiedroom. Geen Amerikaan. Geen vader uit Amerika. Geen huis met bruine meubelen. Geen hoed op de tafel.

Ik denk dat ik de volgende keer bij zoiets mijn hoofd maar gewoon zijn werk laat doen. Het was een mooi beeld.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s